Fotografiehobby kost fysiotherapeut zijn baan

Sascha Janssen Arbeidsrecht, NIEUWS Leave a Comment

Een fysiotherapeut die iets te graag zijn hobby fotograferen meenam naar het werk raakt baan kwijt vanwege ontbinding op basis van de i-grond.

Op 10 september 2020 oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland (vindplaats: ECLI:NL:RBMNE:2020:3800) in een zaak waarbij een fysiotherapeut volgens werkgever zijn boekje te buiten was gegaan met het beoefenen van zijn hobby. De fysiotherapeut was in dienst vanaf 1998. Als hobbyfotograaf maakte hij soms foto’s voor de website van werkgever. Eerder al, in 2016, is tijdens een functioneringsgesprek het fotograferen door werknemer besproken en zou volgens werkgever afgesproken zijn dat werknemer op het werk alleen nog zou fotograferen voor de website en collega’s. Partijen verschillen hierover van mening.

In 2019 en 2020 zou werknemer volgens werkgever meerdere malen over de schreef zijn gegaan qua het (willen) fotograferen van collega’s, patiënten en andere mensen in het bedrijfspand. Werkgever vindt dat werknemer, die geen ‘nee’ zou hebben willen horen, zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenste intimiteiten en (seksuele) intimidatie en dat hij daarmee zowel de arbeidsvoorwaardenregeling  als de beroepscode, die fysiotherapeuten nevenactiviteiten verbiedt die niet of zijdelings met het beroep in verband staan, heeft overtreden. Werknemer bestrijdt dit en vindt ook dat de arbeidsverhouding niet verstoord is geraakt.

De rechter pelt de drie verschillende ontslaggronden waarop werkgever zijn verzoek had gestoeld systematisch af:

Ontbinding e-grond: ernstig verwijtbaar handelen?

De rechter meent dat werknemer een eigen verantwoordelijkheid is blijven houden voor hoe hij zijn hobby vorm gaf ondanks dat dat hij ook in opdracht of met goedvinden van werkgever foto’s van collega’s heeft gemaakt.

In de ontbindingsprocedure heeft de werkgever echter meerdere gedragingen van werknemer op één hoop geveegd, om zo de indruk te doen ontstaan dat sprake zou zijn geweest van een jarenlang patroon van seksuele intimidatie. De rechter oordeelt vervolgens per ‘incident’:

  • Dat werknemer in 2011 portretfoto’s van enkele patiënten heeft gemaakt, kan hem niet worden tegengeworpen. Wel mocht verwacht worden dat werknemer geen foto’s van huidige patiënten zou maken. Dat werknemer dit tegen de afspraak in toch deed, valt hem wel te verwijten.
  • Geen verwijt treft werknemer voor het fotograferen van de huurster uit het pand. Deze huurster heeft op eigen beweging contact opgenomen met de werknemer.
  • In de gevallen dat werknemer heeft voorgesteld om portretfoto’s van collega’s (en stagiaires) te maken, kan hem geen verwijt worden gemaakt omdat dit een algemeen geaccepteerde vorm van fotografie betreft.
  • Werknemer heeft toegegeven dat hij van een collega ‘boudoirfoto’s’ wilde maken. Daarvan treft hem volgens de rechter wel een verwijt, omdat hij hiermee de collegiale werkrelatie potentieel heeft belast.
  • En ook maakt werkgever de werknemer terecht het dat hij een collega (die toen nog niet lang in dienst was) heeft voorgesteld om een ‘zwangerschapshoot’ te doen en hij haar daarbij naaktvoorbeelden heeft laten zien. Ook hier heeft werknemer volgens de rechter er blijk van gegeven de grens van wat in een collegiale verhouding betaamt uit het oog te zijn verloren. 

De rechter weegt vervolgens en stelt vast dat geen sprake is geweest van (seksuele) intimidatie, maar dat werknemer wel op goede gronden een verwijt valt te maken. Deze feiten leiden er echter niet toe dat werknemer een zodanig verwijt treft dat de arbeidsovereenkomst op de e-grond ontbonden dient te worden.

Ontbinding g-grond: verstoorde arbeidsrelatie?

De rechter oordeelt vervolgens dat ook op de g-grond geen ontbinding kan volgen. Het is begrijpelijk dat het vertrouwen van werkgever een knauw heeft gekregen, maar het is in de rechtszaak niet duidelijk geworden wat voor werkgever  de aanleiding was om de collega, aan wie de werknemer had voorgesteld een zwangerschapshoot te doen, überhaupt voor mogelijk ongewenste intimiteiten te waarschuwen; als gevolg daarvan had deze collega namelijk haar melding gedaan bij werkgever. De werkgever heeft volgens de rechter ook nagelaten zich ervoor in te spannen dat de arbeidsverhouding – niet verder – verstoord zou raken.

Ontbinding i-grond: cumulatiegrond?

De rechter meent dat arbeidsverhouding is verstoord en dat beide partijen daaraan hebben bijgedragen. Werknemer vanwege zijn gedragingen in het kader van zijn fotografiehobby en werkgever omdat hij niet eerder heldere afspraken met werknemer heeft gemaakt. Indien het alleen ging om de verstoorde verhouding zou de rechter van zowel werkgever als werknemer hebben verlangd dat zij als professionals een weg zouden zoeken om de samenwerking weer op te pakken en de verstoorde verhouding te herstellen. Werkgever heeft zich hier namelijk ook onvoldoende voor ingespannen maar tegelijkertijd stelt de rechter vast dat het optreden van werknemer en het hem daarvan te maken verwijt, wel tot gevolg heeft gehad dat in de fysiotherapiepraktijk zodanige onderlinge spanningen zijn ontstaan dat redelijkerwijs van werkgever niet meer kan worden gevergd in die situatie nog moeizaam een weg te zoeken.

De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst dan ook op basis van de i-grond. Voor een door werkgever te betalen billijke vergoeding is geen plaats, en werknemer heeft zijn recht op een transitievergoeding niet verspeeld. Gezien de omstandigheden van het geval kent de kantonrechter een (aanvullende) vergoeding toe en dus de maximale i-vergoeding (zijnde 1,5 maal de transitievergoeding).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.