TIJDELIJKE NOODMAATREGEL OVERBRUGGING VOOR WERKBEHOUD (NOW) II

Sascha Janssen Arbeidsrecht, NIEUWS, Pensioenrecht, Verbintenissenrecht Leave a Comment

Op 20 maart jl. heeft u hier al kunnen lezen over de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) die de regeling voor Werktijdverkorting (Wtv) per direct verving. Zie deze link: https://jensadvocaten.nl/2020/03/20/tijdelijke-noodmaatregel-overbrugging-voor-werkbehoud-now/

Vandaag, 31 maart 2020, heeft Minister Koolmees (van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aangekondigd dat de NOW-regeling door bedrijven vanaf maandag 6 april a.s. kan worden aangevraagd bij het noodloket van UWV.

Zoals eerder vermeld zal de NOW-regeling met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 ingaan en kunnen bedrijven zich melden als hun omzet door de corona-crisis 3 maanden met meer dan 20 procent is gedaald. De aanvraag kan dus voor drie maanden ingediend worden tot en met 31 mei a.s. De nog niet behandelde Werktijdverkortingaanvragen (oude regeling) worden automatisch onder de NOW-regeling meegenomen en afgewikkeld.

Zoals in de vorige nieuwsbrief al toegelicht, zal de overheid de loonkosten compenseren afhankelijk van de grootte van de omzetdaling. Het streven van het UWV is om binnen twee tot vier weken na de aanvraag 80 procent van de verwachte compensatie al aan bedrijven als voorschot uitkeren.

Óók werkgeverslasten worden gecompenseerd

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de driemaandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom zal de overheid uitgaan van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen uitgegaan. Bovenop voornoemde looncompensatie komt nog een opslag van 30 procent voor aanvullende werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiebijslag, pensioen en de werkgeverspremies. Ter bespoediging van de aanvraagprocedure is door de overheid gekozen voor een opslag voor werkgeverslasten van 30% voor alle gevallen.

Als loon wordt maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer in aanmerking genomen. Loon boven de € 9.538 per maand komt derhalve niet voor subsidie in aanmerking (bijna 99 % van de werknemers valt hieronder), waarmee door de overheid getracht wordt eveneens mogelijkheden voor misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan.

Waar moet ik als bedrijf nog op letten bij mijn NOW-aanvraag?

Hierboven en in onze eerdere nieuwsbrief van 20 maart jl. is uiteengezet hoe de omzetbepaling door UWV exact berekend zal worden. De overheid belooft dat aan de voorkant, bij de aanvraag van de subsidie bij UWV, een hanteerbare uitvraag met uitleg zal plaatsvinden. Werkgevers dienen, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen (citaat uit Kamerbrief 31-03-2020):

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei 2020 in verband met een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020.
  • Werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de door gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

Sommige werkgevers hebben echter meerdere loonheffingsnummers. In een dergelijk geval zal de werkgever, die voor de gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, meerdere aanvragen moeten indienen, namelijk per loonheffingennummer. Werkgever dient daarbij dan wel de omzetdaling op te geven die hij voor de gehele onderneming verwacht; dit betekent -> hij vult dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling èn dezelfde meetperiode in.

UWV zal – nadat positief op de aanvraag is beslist – een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling. Gegevens over de loonsom baseert UWV op de polisadministratie, waarbij als uitgangspunt de maand januari 2020 wordt genomen.

Een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag zal er voor UWV gaan gelden.

De betaling van het voorschot zal plaatsvinden in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.

Vervolgens dient werkgever binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend definitieve vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hierbij dan een accountantsverklaring vereist. De overheid streeft ernaar om binnen vier weken na publicatie van de NOW-regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet vereist zal zijn. De regeling kan op dit punt nog worden aangepast. Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan uiteindelijk sprake zijn van een nabetaling of terugvordering (de laatste als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen).

Overige opmerkingen

Gelet op het doel van de regeling – behoud van banen – worden er een tweetal belangrijke voorwaarden gesteld:

  1. de inspanningsverplichting voor bedrijven die een beroep doen op de regeling om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en
  2. de voorwaarde om gedurende de periode waarvoor subsidie ontvangen wordt geen ontslagaanvraag te doen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

Met de verstrekte compensatie zijn de werkgever verplicht het volledige loon van hun personeel uit blijven betalen. Er wordt ook compensatie verstrekt voor flexwerkers en werkenden met een nulurencontract.

Gedurende de compensatieperiode mogen bedrijven geen mensen ontslaan om bedrijfseconomische redenen. Indien toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken zal door de overheid bij de vaststelling van de subsidie een correctie worden doorgevoerd (boete opgelegd) op de volgende wijze: bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie toch ontslag is aangevraagd; dit loon wordt dan vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% wordt daarna door de overheid in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd. Hiermee probeert de overheid duidelijk te maken dat niet-naleving van de voorwaarde om geen ontslag aan te vragen gevolgen heeft voor de hoogte van de subsidie.

Mogelijke verlenging van de regeling

De overheid houdt nadrukkelijk de mogelijkheid open om de regeling met drie maanden te verlengen. Vóór 1 juni 2020 zal daarover besloten worden, zodat een eventuele tweede tranche aansluit op de eerste aanvraagperiode die op 31 mei 2020 eindigt. Let wel: bij verlenging kunnen nadere voorwaarden aan de regeling worden toegevoegd. Deze voorwaarden tijdens de verlengingsperiode zullen worden gerelateerd aan de omstandigheden van dat moment en kunnen beperkend zijn voor de toegang tot de regeling of de hoogte van de uitkering.

Kamerbrief 31 maart 2020 Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid

Tot slot treft u hierbij aan de link naar Kamerbrief van 31 maart 2020 met daarin de contouren van de onderhavige NOW-regeling geschetst:

file:///C:/Users/s.janssen/AppData/Local/Microsoft/Windows/INetCache/IE/AJ2E641Z/kamerbrieftijdelijkenoodmaatregeloverbruggingvoorbehoudvanwerkgelegenheid.pdf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.