Van boomstam op voet tot een ontslag op staande voet

Jensadvocaten NIEUWS Leave a Comment

Werknemer is sinds 1 oktober 2015 in dienst getreden bij Wijcker Groen, laatstelijk in de functie van boomverzorger. Wijcker Groen houdt zich bezig met groenaanleg en groenonderhoud, zoals boomverzorging, tuinaanleg en –onderhoud, bestrating en het ontwerpen en realiseren van tuinen.

Op 23 januari 2019 was werknemer werkzaam in een kraan met een dichte cabine. Uit hetgeen partijen hebben verklaard en ook uit hetgeen bij de plaatsopneming door de rechter is waargenomen, is qua feiten het navolgende vastgesteld:

  • Werknemer verplaatste boomstammen met een grijper van “tien over twee”  tegen de klok in naar ‘tien voor negen’.
  • Medewerker 1 heeft een sneeuwbal tegen de cabine van de kraan gegooid waarin werknemer werkzaam was.
  • Werknemer heeft, nadat hij een hard geluid hoorde, de arm van de kraan met een door van medewerker 2 gezaagde boomstam in de grijper over of voorlangs een muurtje van circa 2 meter tegen de klok in doorgedraaid tot circa ‘vijf voor half vijf’.
  • Het hiervoor bedoelde muurtje bevindt zich op ‘kwart voor negen’.
  • De boomstam is vanuit de grijper op de voet van [medewerker 1 terechtgekomen.
  • De grijper opent door een voetpedaal in te drukken.
  • Werknemer wist dat medewerker 1 en medewerker 4 zich op het terrein achter de kraan bevonden.
  • Werknemer betwist niet dat hij, toen hij uit de kraan werd gehaald, iets heeft gezegd in de trant van ‘misschien leert hij ervan, moet hij maar niet zo kinderachtig doen’.

Als gevolg van de gebeurtenis op 23 januari 2019 (het opzettelijk dan wel bewust een boomstam op de voet van een collega laten vallen) heeft medewerker 1 ernstig letsel opgelopen. Door dit ongeval moesten er vijf tenen én een deel van de voet van medewerker 1 worden geamputeerd. En mogelijk moet zelfs de gehele voet van medewerker 1 worden geamputeerd.

Op 29 januari 2019 is werknemer door Wijcker Groen op staande voet ontslagen.

In de procedure bij de kantonrechter te Haarlem stelt werknemer echter dat de boomstam uit de grijper zou zijn gegleden en dat dit ‘wel tien keer per dag’ gebeurde. Werknemer wist niet dat de boomstam op de voet van medewerker 1 was beland. Hij verkeerde in de veronderstelling dat de boomstam op de grond, ruim voor de voeten van medewerker 1 , viel. Werknemer meent niet met opzet of bewust roekeloos te hebben gehandeld, en het ernstig letsel van medewerker 1 is volgens werknemer het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden; er is volgens werknemer dan ook geen  sprake van een dringende reden voor een ontslag op staande voet.

Tijdens de plaatsopneming hebben partijen de kraan neergezet op de plaats waar die stond op 23 januari jl. en heeft werknemer op verzoek van de kantonrechter een boomstam opgepakt met de grijper en verplaatst van rechts naar links. Verder hebben partijen in kaart gebracht welke beweging werknemer met de boomstam in de grijper heeft gemaakt. De kantonrechter heeft kunnen waarnemen dat daarmee niet (split) seconds zijn gemoeid, maar dat met het bewegen van de arm van de kraan enige tijd is gemoeid. Gedurende die tijd moet werknemer zich bewust zijn geweest van het gevaar zettende karakter van zijn gedraging. Ook meent de rechter op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, dat Wijcker Groen bij het vaststellen van de aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten zorgvuldig is geweest.  De conclusie is dan ook dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De door werknemer opgeworpen stelling dat Wijcker Groen bij het ontslag geen, althans onvoldoende, rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt en leidt evenmin tot en ander oordeel.

Het is vaste jurisprudentie dat een dringende reden voor ontslag op staande voet niet zonder meer ook tot aanname van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer leidt. In sommige gevallen kan een werknemer dus wel terecht op staande voet zijn ontslagen èn toch recht hebben op de wettelijke transitievergoeding. In deze zaak echter leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen volgens de rechter ook een ernstige verwijtbaarheid op. Dat sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden waardoor medewerker 1 het ernstig letsel heeft opgelopen, zoals door werknemer is gesteld, volgt de kantonrechter niet. Werknemer behoorde zich naar het oordeel van de kantonrechter bewust te zijn van het onoorbare karakter van zijn handelen, waarmee hij een zeer gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen, met ernstig letsel als gevolg. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is

Volgens  werknemer is het echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om aan hem geen transitievergoeding te betalen. Werknemer verzoekt dan ook om aan hem op grond van artikel 7:673 lid 8 BW de transitievergoeding toe te kennen.  In het voorliggende geval kan aldus de kantonrechter echter van zowel een ‘relatief kleine misstap’ als van een ‘heel lang dienstverband’ niet worden gesproken. Ook de stellingen van werknemer dat hij altijd goed heeft gefunctioneerd, de veiligheidsvoorschriften altijd in acht heeft genomen en nooit eerder een officiële waarschuwing heeft ontvangen, leiden niet tot een ander oordeel. De kantonrechter acht het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat aan werknemer geen transitievergoeding wordt betaald. Daarbij neemt de kantonrechter overigens ook in aanmerking dat werknemer sinds 15 maart 2019 een nieuwe dienstbetrekking heeft, zodat de financiële gevolgen van het ontslag voor werknemer beperkt zullen zijn.

Resumé,  het ontslag op staande voet van deze ervaren kraanmachinist is rechtsgeldig. Zijn handelen is ook ernstig verwijtbaar en daarom heeft hij geen recht op een transitievergoeding. De uitspraak is hier terug te lezen: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2019:6570&showbutton=true

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.