VRIJWILLIGE VERTREKREGELING IN SOCIAAL PLAN IS GEEN RVU

Vrijwillige vertrekregeling in sociaal plan is geen RVU

De Hoge Raad heeft op 22 juni jl. bevestigd dat een Sociaal Plan met een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling geen regeling voor vervroegde uittreding (RVU) is en dus niet kan leiden tot 52% boete voor werkgever. De Hoge Raad stelt dat de beweegredenen van de inhoudingsplichtige om een Sociaal Plan aan te bieden, als ook de intenties of keuzes van de werknemer in dit kader niet relevant zijn. Ook de feitelijke uitwerking van de regeling is niet van belang. Kortom: maken veel ‘oudere’ werknemers gebruik van de vrijwillige vertrekregeling, dan is dat niet van belang voor de vraag of sprake is van een RVU-regeling.

De letterlijke overweging van de Hoge Raad in het arrest:

Bij beantwoording van de vraag of sprake is van een RVU is bepalend of de uitkeringen of verstrekkingen bedoeld zijn om te dienen ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de (gewezen) werknemer tot de pensioendatum. De beweegredenen van de inhoudingsplichtige om zodanige uitkeringen of verstrekkingen aan te bieden doen in dit verband niet ter zake (zie Hoge Raad 13 mei 2016, nr. 15/01185, ECLI:NL:HR:2016:827, BNB 2016/169, onderdeel 2.3.2). Dat geldt evenzeer voor intenties en keuzes van werknemers om voor de Regeling te opteren. Op de feitelijke uitstroom van werknemers en de hoogte van de feitelijk overeengekomen be√ęindigingsvergoedingen dient dus evenmin acht te worden geslagen, aangezien die factoren niet behoren tot de objectieve kenmerken en voorwaarden van de Regeling.

Ik ben benieuwd hoe nu omgegaan wordt met de RVU-heffing die de Belastingdienst zichzelf heeft opgelegd vanwege haar eigen Sociaal Plan (en die door de belastingebetaler uiteindelijk wordt betaald…).

Bekijk het arrest van de Hoge Raad.