DBA Nieuws: Kamerbrief van Koolmees over de uitwerking maatregelen 'werken als zelfstandige'

DBA Nieuws: Kamerbrief van Koolmees over de uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’

Afgelopen vrijdag, 22 juni jl., hebben Minister Koolmees een Staatsecretaris Snel met hun brief de Kamer nader geïnformeerd over onder meer de vervanging voor de Wet DBA en de ‘uitwerking maatregelen werken als zelfstandige’. De brief kunt u hier vinden: >https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/06/22/kamerbrief-uitwerking-maatregelen-werken-als-zelfstandige”>

Helaas, het betreft hier nog steeds niet de beloofde hoofdlijnennotitie. Kern van deze nieuwe brief is: het is allemaal nog niet zo eenvoudig. Wel blijkt dat het kabinet voor 1 januari 2019 het criterium ‘gezag’ wil gaan verduidelijken. Hoe dat dan gaat gebeuren, dat is nog een raadsel.

De Handhaving Wet DBA blijft opgeschort en vanaf 1 juli a.s. worden conform brief van 9 februari jl. niet alleen de ‘ernstige’ kwaadwillenden aangepakt maar ook de ‘gewone’ kwaadwillenden. (Tot op heden is mij nog niets bekend van enige actie jegens de ’10 ernstige kwaadwillenden’).

Verder wordt in de brief veel van de DBA-problematiek nog eens herhaald. Niets nieuws onder de zon. En er wordt gerept over het voornemen om (nog meer) te gaan onderzoeken, zoals ‘of en hoe met een webmodule in voldoende mate een optimum in randvoorwaarden kan worden gevonden’. Ook zouden we op 1 juli (a.s.?) een toezichtsplan van de Belastingdienst tegemoet kunnen zien. Door de Belastingdienst worden 100 opdrachtgevers bezocht en bevraagd en indien de Belastingdienst tijdens deze toezicht een vermoeden krijgt dat sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en kwaadwillendheid, dan stelt de Belastingdienst nader onderzoek in. Wat dit dan vervolgens concreet op het punt van de handhaving gaat betekenen, is mij – ook al – niet helder.

En ja, er wordt wéér een commissie ingesteld. Het advies van de commissie Boot is blijkbaar al in het ronde archief beland. Deze nieuwe commissie zal vraagstukken behorende bij de opkomst van nieuwe vormen van arbeidsrelaties tussen opdrachtgever/werkgever en opdrachtnemer/werknemer gaan onderzoeken, zoals bijvoorbeeld de introductie van de ondernemersovereenkomst en de herziening van de definitie van de uitzendovereenkomst. Lekker breed dus.

Echt veel wijzer worden we dus niet van deze brief aan de Kamer. Blijkbaar is dit wel dè voorbode voor (nog) verder uitstel want een wetsvoorstel gaat in 2018 echt niet meer naar de Raad van State, wat wel de belofte was.

Wordt – weer – vervolgd….