Arrest Gerechtshof Amsterdam staat haaks op het beleid zoals uitgevoerd door Belastingdienst (Wet DBA)

Een overeenkomst van opdracht kan niet geruisloos veranderen in een arbeidsovereenkomst aldus Gerechtshof Amsterdam op 11 april 2017 (zie: “https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1275″>). Het Gerechtshof overweegt namelijk: “Een als overeenkomst van opdracht begonnen samenwerking kan in de loop van de tijd niet geruisloos veranderen in een arbeidsovereenkomst zonder dat partijen daaromtrent nadere afspraken hebben gemaakt en vervolgens ook aan die nadere overeenkomst uitvoering geven door niet langer te factureren maar loonbetalingen te verrichten.” En verder: “De enkele omstandigheid dat [appellant] van zijn werkzaamheden verantwoording diende af te leggen aan Plancius (=opdrachtgever), maakt ook nog niet dat er sprake was van een gezagsverhouding in de zin van ‘in dienst” als bedoeld in art. 7:610 BW.

Maar dit arrest is óók interessant daar waar het Gerechtshof overweegt: “De enkele omstandigheid dat appellant van zijn werkzaamheden verantwoording diende af te leggen aan Plancius, maakt ook nog niet dat er sprake was van een gezagsverhouding in de zin van ‘in dienst” als bedoeld in art. 7:610 BW.” Ik heb eerder al betoogd te menen dat de Belastingdienst het wettelijke instructierecht ingevolge artikel 7:402 lid 1 BW erg (of wellicht zelfs tè) beperkt lijkt uit te leggen. De letterlijke wettekst luidt: “De opdrachtnemer is gehouden gevolg te geven aan tijdig verleende en verantwoorde aanwijzingen omtrent de uitvoering van de opdracht.” Echter de letterlijke verwijzing in modelcontracten naar het instructierecht van artikel 7:402 lid 1 BW wordt door de Belastingdienst – opmerkelijk genoeg – zelfs uitgelegd als indicatie voor een gezagsverhouding. De Belastingdienst hanteert namelijk als beleid dat instructies door opdrachtgever alleen mogen worden gegeven met betrekking tot het (eind)resultaat. Gaan instructies verder dan het (eind)resultaat van de opdracht dan is volgens de Belastingdienst sprake van een gezagsverhouding en dus een (loon)dienstverband. Met een 1-op-1 verwijzing naar het wettelijk recht van de opdrachtgever krijg je als opdrachtgever of zzp’er dus niet een modelcontract door de Belastingdienst goed gekeurd. Het Gerechtshof Amsterdam lijkt met het arrest dit (tegenwettelijke?) beleid van de Belastingdienst niet te onderschrijven.

Ondertussen blijft het – na de kreet “opdrachtgevers en -nemers moeten gewoon lekker aan de slag“ – nog steeds stil van de kant van de verantwoordelijke Staatssecretaris terwijl het aantal opdrachtovereenkomsten drastisch terugloopt (zie ook: “http://pierrespaninks.nl/blog/vvd-d66-cda-groenlinks-maak-nu-een-eind-aan-de-slachting-onder-zzpers/”>>).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *