Humor leidt niet altijd tot staande ovaties op de werkvloer….

De meeste mensen waarderen het hebben van een goed gevoel voor humor in een ander. Echter een voorkeur hebben voor mensen met een goed gevoel voor humor is hetzelfde als stellen dat je van lekker eten houdt. Er zullen weinig mensen zijn die van vies eten houden. Eten en humor, het blijft een kwestie van smaak. De één lacht zich rot om Theo Maassen, de ander bezoekt liever Tineke Schouten in de schouwburg.

Menig arbeidsrechtjurist heeft in 2003 gesmuld van de Johnny & Sharona-uitspraak (ECLI:NL:RBZWO:2003:AK4407). Het betrof hier een goed functionerende werknemer die op een bedrijfsfeest – mede onder invloed van een borreltje – veel te ver ging met zijn grappen en grollen. Zo probeerde hij één van de steltlopers van entertainmentgroep ‘Karimishu’ ten val te brengen, gedroeg hij zich zodanig hinderlijk dat het artiestenduo ‘Johnny & Sharona’ haar optreden voortijdig heeft beëindigd, deed hij zich voor als DJ met slechte muziekkeuze, liep hij rond met ontbloot bovenlijf in de danszaal en urineerde hij onder meer in het openbaar tegen een tafel. U voelt ‘m al aankomen: deze grappen hebben geleid tot een terecht gegeven ontslag op staande voet. Om mijn geestige ex-collega de heer De Hamer te citeren: “dit escaleerde dus echt volledig uit de hand”.

In de meeste gevallen is echter de scheidslijn tussen iets wat als grap bedoeld is en waar de grenzen van het betamelijke worden overschreden helaas niet zo duidelijk te trekken. Daarnaast kan een grap onbetamelijk zijn of de grenzen van fatsoen (ver) overschrijden, maar dan toch volgens rechters geen reden vormen voor een ontslag. Een aantal voorbeelden uit de praktijk!

De kantonrechter Amersfoort heeft zich op 21 december 2016 gebogen over de vraag of een werknemer die een grap had uitgehaald met zijn leidinggevende, terecht op staande voet was ontslagen. Wat was het geval? De werknemer had een boos bericht bedacht, welke afkomstig zou zijn van de baas van zijn leidinggevende, en had dit aan zijn eigen leidinggevende doorgestuurd. De tekst luidde: ‘Verdomme jongens, ik weet niet wat jullie allemaal uitgespookt hebben, maar het is één grote bende hier. En dat moest nou maar is afgelopen zijn. Ik ben in staat om jullie er allemaal uit te gooien. Maandag gesprek op kantoor’. Pas een dag later werd duidelijk dat de werknemer dit bericht verzonnen had en dat het een ”grap” was. De leidinggevende kon dit niet waarderen en heeft de werknemer op staande voet ontslagen. De rechter meent dat de werknemer de grenzen van het acceptabele heeft overschreden, maar dat de gedraging niet zo ernstig is dat daardoor sprake is van een dringende reden voor ontslag. De gevolgen voor de werknemer zijn bij een ontslag op staande voet in deze zaak te ingrijpend en niet in verhouding met de ernst van de gedraging (de werknemer, 41 jaar, was vanaf zijn 19de al in dienst). Een terugkeer bij werkgever werd niet wenselijk geacht, waardoor de rechter naast de transitievergoeding ad € 26.182,– een billijke vergoeding aan hem toegewezen heeft van EUR 7.500,–.

Dat een werknemer die zelf (jarenlang) verbaal flink uitdeelt ook op zijn beurt moet kunnen incasseren, blijkt voorts uit een recente zaak (9 van februari 2017) waarin JENS advocaten de werkgever bijstond. Werknemer verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat hij gedurende zijn zestienjarig dienstverband voortdurend (als homoseksueel) discriminerend en intimiderend behandeld zou zijn door ‘de eerste man van het bedrijf’. Opmerkingen als “hé homo” waren aan de orde van de dag, dit naast meer expliciet, grove seksueel insinuerende uitlatingen. Werknemer verzoekt naast de ontbinding in totaal bijna Euro 300.000 aan vergoedingen van zijn werkgever. De werkgever heeft betoogd dat de bedrijfscultuur informeel en ‘recht voor zijn raap is’. Voorts is van belang volgens werkgever dat de relatie tussen de werknemer en de ‘de eerste man’ zich juist liet kenmerken door hetzelfde gevoel voor platte humor. Zo riep de werknemer namelijk bijna elke maandag: “he hoerenloper, goed weekend had?”. Gekscherend werden de heren wel eens de Geer & Goor van het bedrijf genoemd. De kantonrechter stelt vast dat buiten kijf staat dat de uitlatingen gedaan tegen de werknemer onbeschaafd zijn maar dat dat nog niet betekent dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Volgens de rechter is namelijk onaannemelijk dat de werknemer zich daardoor geschaad heeft gevoeld en is het onaannemelijk dat werknemer ook maar het minst geleden heeft onder de uitlatingen. Er wordt ontbonden met slechts de wettelijke transitievergoeding van bijna Euro 42.000.

De bedrijfscultuur speelde ook een rol bij de zaak die speelde bij de Kantonrechter te Leeuwarden (ECLI:NL:RBNNE:2016:101). Onderling, binnen het team, werd menig practical joke namelijk uitgehaald. Voorbeelden daarvan zijn het laten overlopen van het koffieapparaat, pindakaas smeren aan de grepen van de keukenkastjes, met yoghurt gooien, pindakaas in pampers, et cetera. Collega’s die de volgende ochtend dienst hadden werden, toen een van hen een Brintapak oppakte, getrakteerd op een keuken vol Brintavlokken. Zij konden deze ’practical joke’ van werknemer niet waarderen. De kantonrechter overweegt dat dit incident gezien moet worden binnen de sfeer van ‘practical jokes’ en ook niet als meer dan dat. Ook een ander incident valt volgens de rechter in de categorie van practical jokes tussen collega’s, met dien verstande dat deze wel te ver ging. Resteert het verwijt dat werknemer wordt gemaakt ten aanzien van het tonen aan collega’s van porno(achtige) afbeeldingen en/of filmpjes op zijn mobiele telefoon. Los van de vraag wat werknemer precies aan zijn collega’s heeft getoond of gestuurd, is de kantonrechter van oordeel dat dit handelen – noch zelfstandig, noch in combinatie met voormelde incidenten – niet de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat de van werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het gedrag van de werknemer, dat volgens het externe onderzoeksbureau als grensoverschrijdend gedrag jegens collega’s dient te worden aangemerkt, rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter niet het verstrekkende gevolg van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een andere sanctie, zoals bijvoorbeeld een waarschuwing, zou meer in de rede hebben gelegen.

De kantonrechter te Winschoten (ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2626) was mild ten aanzien van een werknemer op staande voet was ontslagen omdat hij zonder toestemming een vlaggenmast en vlag van het terrein van werkgever had meegenomen. Werknemer stelt dat hij in het kader van het WK-voetbal een grap wilde uithalen door de vlag en mast oranje te kleuren en weer voor het bedrijf te zetten. De kantonrechter gaat daarin mee en acht ontslag op staande voet, mede gelet op het langdurige dienstverband, een te ingrijpende maatregel.

Kortom, grappen en grollen kunnen nog wel eens slecht uitpakken en soms zelfs ronduit onbetamelijk zijn, maar dat leidt dan nog lang niet altijd tot een terecht ontslag. De amateur-humorist moet het dus wel erg bont maken om aan zijn/of haar mislukte grap arbeidsrechtelijk ernstige consequenties gekoppeld te zien worden.